Vaarklaar maken
Materiaal
Alle losse spullen bevinden zich in de schuur: opgehangen aan de binnenkant van de deur of in het houten kastje. De code van het cijferslot kun je opvragen bij medeleden. Dit geldt ook voor de code van het sleutelkluisje waarin de sleutel van het Scoutinggebouw zich bevindt. Toegang tot het Scoutinggebouw is alleen voor toiletbezoek.
Haal bij aankomst de riemen en eventuele losse toebehoren (roer, stoeltje, bezem, eventueel pikhaak) uit de schuur. Doe de schuur daarna direct weer op slot.
Maak indien nodig het vlot eerst schoon met de bezem (vogelpoep, e.d.).
Riemen dragen
Draag riemen altijd met het blad naar voren. Zo stoot het nergens tegenaan, want het blad is het kwetsbaarste deel van een riem. Leg riemen bij het water op het gras naast het vlot. Als je ze op het vlot neerlegt, kunnen andere roeiers erover struikelen.
Boten verplaatsen met de kanokar
Limes gebruikt kanokarren, waarbij de boot aan één kant wordt ondersteund door wielen.
Meerpersoonsboten (Godebald, Wilde Rijn): Til de boot met drie personen op en van de kar.
Eenpersoonsboten (bijv. Enge Rijn/skiffs): Deze tillen is het makkelijkst met twee personen. Met wat oefening kun je een skiff vaak ook alleen verplaatsen. Oefen dit de eerste keer onder begeleiding, mocht het alleen niet lukken.
Houd altijd goed zicht op alle uiteinden van de boot. Zorg dat de boeg, achtersteven en riggers nergens tegenaan stoten. Loop bij voorkeur vooruit.
De kanokar bevestig je aan de stuurkant (bij de rugleuning van de stuurplaats), ter hoogte van het spant (zichtbaar door een schroef aan de buitenkant). Zet de kar vast met een spanband. Let op: de metalen gesp van de spanner mag niet direct op de huid van de boot komen; dit veroorzaakt schade.
Boten tillen
Boten kunnen ook getild worden. Dit vraagt om samenwerking en voorzichtigheid. Wees extra voorzichtig bij het in- en uitbrengen van boten om blessures en schade te voorkomen.
Til altijd vanuit je benen en met een rechte rug.
Wel tillen aan: De boorden, de voorpunt, de achterpunt, de spanten en binten.
Niet tillen aan: Het voetenbord, de stuurstoel, de slidings, de diagonaallatten en de riggers. Dit leidt tot schade aan de boot.
Boten te water laten
Meerpersoonsboten (Godebald, Wilde Rijn): Laat deze te water in de berm, rechts voor het vlot.
Eenpersoonsboten (bijv. Enge Rijn/skiffs): Deze kun je direct op het vlot te water laten.
Wees je bewust van het hoogteverschil en de gladheid tussen de kant en het vlot.
Breng vóór het te water laten de lijnen aan beide uiteinden van de boot aan. Houd de lijnen goed vast tijdens het te water laten.
Houd de boot recht terwijl je deze over de kiel in het water schuift. Let op de paaltjes. Met de lijnen kun je de boot sturen. Houd de huid van de boot vrij van de paaltjes en de rand van het vlot.
Trek je de boot langszij het vlot, zorg dan dat de huid het vlot niet raakt. Je kunt je voet op de hoek van het vlot zetten om dit te voorkomen, of houd de voor- en achterlijn op spanning.
Eenmaal in het water leg je de riemen in de dollen. Leg de riemen aan de walkant als eerste in, zodat de boot blijft liggen. Doe de overslagen aan de walzijde direct dicht.
Nadat je de boot te water hebt gelaten, moet er altijd iemand van de bemanning bij de boot blijven of moet je de boot vastleggen aan de vlotpalen. Laat de boot niet onbeheerd achter.
Riemen in de dollen leggen
Je schuift een riem met de hals in de dol.
Riemen aan de walkant schuif je geheel tot aan de kraag. De holle kant van het blad wijst naar boven.
Riemen aan de waterkant schuif je een klein stukje door; het resterende deel rust op de kraag van de andere riem.
De riemen van de boegplaats zijn vaak met 1 aangeduid, de volgende met 2, enzovoort. Ongenummerde riemen kun je op iedere roeiplaats gebruiken.
Na het inleggen van de riemen aan de walzijde, direct de overslagen dichtmaken.
Hoe je je roeipositie moet instellen
Roeipositie